• 11 apr

    De waarde van een vaststellingsovereenkomst

Het zal u niet verbazen dat wij in onze praktijk veel te maken krijgen met onenigheid tussen twee of meerdere partijen. Vaak komen we er wel uit, meestal nadat de standpunten over en weer helder uiteen zijn gezet. En als dat niet lukt, dan is de gang naar de rechter altijd nog een reële optie. Zelfs in dat laatste geval komt het er nogal eens van dat partijen uiteindelijk de strijdbijl begraven en tot een oplossing komen.

Om de rechten van iedereen dan goed vast te leggen, wordt een vaststellingsovereenkomst gesloten. Het idee van zo’n vaststellingsovereenkomst is om over het juridische geschil heen te stappen zonder dat nu direct een van de partijen zijn (juridische) visie op de kwestie prijsgeeft. Het geschil is daarmee uit de wereld.

Vaststelling van de intellectuele eigendomsrechten op software

Wat wij in onze IT-praktijk nogal eens zien, is dat partijen het niet eens kunnen worden over de vraag wie nu de rechthebbende is op bepaalde software. Dat heeft nogal eens te maken met werknemers die in hun vrije tijd software ontwikkelen en die dan vervolgens in het bedrijf waar ze (gaan) werken wordt geëxploiteerd. Ook komt het regelmatig voor dat in B2B relaties contractueel niet goed is geregeld wie eigenaar is en/of wordt van de software.

Een interessante variant hierop kwam aan de orde in een zaak waarover de Rechtbank in Amsterdam moest beslissen.

Softwareontwikkelaar contra “koper” van die software

Een softwareontwikkelaar, we noemen hem gemakshalve Alexander,   ontwikkelt vanaf 1995 zelf bepaalde software, Toolkit. In 1997 treedt hij in dienst bij een bedrijf, dat waarschijnlijk mede geïnteresseerd is in hem vanwege die software. Hij ontwikkelt de software verder in dienst van dit bedrijf en men gaat de software ook exploiteren. Een zusterbedrijf van dit bedrijf, Fullfact B.V., neemt op enig moment die exploitatie over. In de jaarrekening over het jaar 2006 van Fullfact is een debetpost opgenomen van € 300.000,00 in verband met de inbreng van de intellectuele eigendomsrechten van Toolkit door de werkgever van Alexander.

De moedervennootschap van de werkgever van Alexander (en voorheen dus ook van Fullfact) gaat op 23 maart 2010 failliet. Begin 2010 is Fullfact al zelfstandig verder gegaan, zodat het faillissement haar niet raakt. Alexander geeft op 26 april 2010 aan Fullfact aan dat hij de rechthebbende is op de Toolkit-software. Fullfact laat aan Alexander weten dat zij de intellectuele eigendomsrechten op de software heeft verkregen van de werkgever van Alexander. De directeur van de werkgever van Alexander geeft een schriftelijke verklaring af waarin hij aangeeft dat Alexander de rechthebbende is op de software:

“Hierbij verklaar ik (…) dat [gedaagde sub 2] in zijn eigen vrije tijd de O.E.E. toolkit heeft ontwikkeld. (…) Wel was afgesproken dat het product uitdrukkelijk het eigendom van [gedaagde sub 2] was (…) De auteursrechten liggen uitdrukkelijk bij [gedaagde sub 2] en daar is nooit een misverstand tussen hem en mij over geweest (…)”

Met die verklaring op zak voelt Alexander zich sterk staan en hij volhardt in zijn standpunt dat hij de rechthebbende is. Fullfact doet hetzelfde.

Toch nog een vaststellingsovereenkomst

Om een einde te maken aan het geschil sluiten Alexander en Fullfact een vaststellingsovereenkomst op 26 april 2011, waarbij afspraken worden gemaakt over het gebruik van de software. Alexander krijgt gedurende zes jaren een licentievergoeding van € 2.000,00 en daarna wordt in 2017 een slotbetaling van € 6.000,00 gedaan door Fullfact. Vanaf dat moment staat dan vast dat Fullfact de rechthebbende is en blijft.

Bedrog, misbruik van omstandigheden, dwaling? Einde van de vaststelling?

In 2014 stelt Fullfact dat zij heeft ontdekt dat de verklaring van de directeur van de werkgever van Alexander onjuist is. Fullfact wil de licentievergoedingen over de afgelopen jaren terug. Zij stelt zich op het standpunt dat sprake is van bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling. Fullfact vindt dat Alexander door het overhandigen van de verklaring van de directeur van zijn werkgever Fullfact aan het twijfelen heeft gebracht. Hij heeft daarmee volgens Fullfact twijfel gecreëerd over wie de rechthebbende was op de Toolkit software. Alexander wordt verweten dat hij al wist of moet hebben geweten bij het aangaan van de vaststellingsovereenkomst dat hij niet de rechthebbende was. Dat kwalificeert Fullfact als bedrog of misbruik van omstandigheden en in ieder geval ook als dwaling. En als daar sprake van zou zijn, dan mag Fullfact de vaststellingsovereenkomst vernietigen en heeft zij recht op terugbetaling.

Rechtbank: vaststelling is vaststelling

Maar van dat alles is helemaal geen sprake. Uit de vaststellingsovereenkomst blijkt nu juist dat Alexander en Fullfact beide vonden dat zij zelf rechthebbende waren op de software. Ze hebben daarmee bewust gekozen om een regeling te treffen. Dit hebben ze gedaan zonder dat vaststond wie de rechthebbende was op de software. Natuurlijk bestaat altijd de mogelijkheid dat op een later moment, na het tekenen van de vaststellingsovereenkomst, wel komt vast te staan wie nu precies de rechthebbende is. Als dit zou gebeuren dan bestaat – met die kennis achteraf – het risico dat de vaststellingsovereenkomst uiteindelijk voor één van de partijen nadeliger blijkt te zijn. Dat is een risico dat je bewust neemt bij het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Dat zou slechts anders kunnen zijn wanneer bijvoorbeeld sprake is van een vervalste verklaring, maar dat was hier niet het geval.

Dit alles betekent voor Fullfact dat zij de vaststellingsovereenkomst niet kon vernietigen. Deze bleef dus gewoon in stand. Fullfact heeft dus geen recht op terugbetaling van de licentievergoedingen en zal in 2017 ook gewoon netjes het eindbedrag moeten betalen. De volledige uitspraak treft u hier aan.

Conclusie

Wanneer je een vaststellingsovereenkomst sluit, kan het zijn dat een van de partijen er later achter komt dat de vaststelling helemaal niet zo voordelig is geweest. Dat is een bewust risico dat partijen nemen en daar kan je naderhand weinig meer aan doen. Bedenk je daarom vooraf goed of je dat risico wilt nemen als je het vermoeden hebt dat als de waarheid boven water komt, je in een gunstigere positie kan komen te verkeren. Als daarvoor een gerechtelijke procedure noodzakelijk is, dan moet die keuze soms worden gemaakt.

Indien u vragen heeft over dit artikel of het ICT recht in het algemeen, kunt u contact opnemen met Martijn Noordermeer.

VERTEL VERDER

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF

Als het gaat om juridische advisering bij ICT zaken heb ik NexaVelo leren kennen als een advocatenkantoor met korte lijnen en to the point advies tegen een scherpe prijsstelling. ...

Ad Linssen, CFO XS2TheWorld B.V. Meer testimonials