FAQ Corona Helpdesk

De Coronacrisis en de maatregelen die er het gevolg van zijn, roepen bij ondernemers en ondernemingen veel vragen op. In deze bijdrage zetten we vanuit verschillende juridische invalshoeken de regelgeving en de consequenties op een rij.

Als uw huurder een bedrijf exploiteert dat door de maatregelen moet worden gesloten, dan is er sprake van overmacht

Huurrecht

1. Mijn huurder kan (tijdelijk de huur niet betalen. Wat kan ik doen?

Als uw huurder een bedrijf exploiteert dat door de maatregelen moet worden gesloten (denk aan eet- en drinkgelegenheden, kappers of sportscholen), dan is er sprake van overmacht. De huurder kan op dit moment niet gedwongen worden om aan zijn exploitatieverplichting te voldoen. Besluit uw huurder zelf om zijn bedrijf te sluiten, dan kan het onder de huidige omstandigheden in strijd met de redelijkheid en billijkheid zijn om uw huurder tot exploitatie te verplichten.

Of de betaling van huur mag worden gestopt, hangt in de eerste plaats af van de inhoud van het huurcontract en de bijbehorende algemene bepalingen. In de meeste gevallen zal voor het betalen van de huur gelden dat geen sprake is van overmacht. Wel hebben inmiddels enkele rechters geoordeeld dat de verplichte sluiting van het gehuurde als gevolg van de coronacrisis als een gebrek aan het gehuurde aan te merken is. Op basis hiervan zou een huurder (met terugwerkende kracht) huurprijsvermindering kunnen vorderen. Ook als huurprijsvermindering in de algemene voorwaarden is uitgesloten. Met een beroep op ‘onvoorziene omstandigheden’ – wat de coronacrisis volgens sommige rechters is- zou de huurder er namelijk voor kunnen zorgen dat de uitsluiting opzij wordt gezet.

NexaVelo heeft voor haar relaties een model vaststellingsovereenkomst opgesteld waarmee verhuurders hun huurders met tijdelijke betalingsproblemen tegemoet kunnen komen. Ofwel door gebruik te maken van een waarborgsom en/of bankgarantie ofwel om de betalingsperiode voor de huur te verkorten. Dit model is kosteloos te verkrijgen. Neemt u bij interesse contact op met ons kantoor.

2. Mijn huurder is een reatailer. Gelden voor mij aparte afspraken?

Voor wat betreft de retailbranche is op 10 april 2020 een (niet afdwingbaar) steunakkoord tot stand gekomen tussen Detailhandel Nederland, IVBN, INretail, Vastgoedbelang, het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de Nederlandse Vereniging van Banken en de VGO. Het steunakkoord is bedoeld om retailers en verhuurders te helpen samen tot maatwerkoplossingen te komen. Het akkoord geeft onder meer de volgende richtlijnen:

Een huuropschorting van minimaal 50% voor retailers die in de maanden april, mei en juni 2020 een (offline)omzetdaling hebben van 25% of meer als direct gevolg van de Coronacrisis
De opschortingsmogelijkheid bestaat voor de maanden april, mei en juni 2020;
Voor retailers met een internationaal karakter kunnen andere maatwerkafspraken worden gemaakt, mits de retailer zich constructief opstelt
Verhuurders en financiers gaan niet over tot ontruiming en maken geen aanspraak op bank- of concerngaranties, onder de voorwaarde dat dit niet noodzakelijk is om de belangen te beschermen
Binnen de richtlijnen van de overheid spannen retailers zich maximaal in voor een veilige winkelopening ten behoeve van het genereren van omzet
Retailers zien af van eenzijdige betalingsregelingen en geven volledige inzage in omzetcijfers
Eventuele kwijtscheldingen van huurbetalingsverplichtingen komen pas aan de orde als de daadwerkelijke impact van de crisis na drie maanden per retailer/ retaillocatie / verhuurder duidelijk is.

In het akkoord is verder aangegeven dat banken zich maximaal zullen inspannen om hun klanten door de crisis te helpen. Zij zullen flexibiliteit gebruiken waar dat kan. Banken geven verhuurders en retailers met een financiering tot 2,5 miljoen uitstel van aflossing voor een periode van 6 maanden. Voor grotere financieringen bieden de banken maatwerkoplossingen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat roept andere vastgoedfinanciers op de banken in dit aflossingsuitstel te volgen.

Het steunakkoord is zoals gezegd niet afdwingbaar. Verhuurders zijn wettelijk dus niet verplicht zich aan de afspraken in het steunakkoord te houden. De afspraken zijn een ‘gentlemen’s agreement’ en kunnen als zodanig steun bieden in de onderhandelingen tussen huurder en verhuurder. Een nadere toelichting op het steunakkoord kunt u hier vinden: https://www.vastgoedbelang.nl/persberichten/leidraad-steunakkoord-voor-en-door-de-nederlandse-retailsector/

3. Mag ik de waarborg/bankgarantie tijdelijk verrekenen met de huur?

Dat mag, maar doe dit in overleg en leg de voorwaarden vast in een overeenkomst. In ieder geval voor welke duur deze regeling zal gelden en binnen welke termijn de waarborg of bankgarantie weer aangezuiverd moet worden. Als verhuurder loopt u hiermee bovendien een risico wanneer uw huurder onverhoopt failliet gaat voordat de waarborg of bankgarantie is aangezuiverd. Het is ook mogelijk uw huurder(s) tegemoet te komen door tijdelijk van een kwartaal naar een maand of zelfs weekhuur over te schakelen.

4. De huurder van mijn woning betaalt zijn huur niet. Kan ik tot huisuitzetting overgaan?

Minister van Veldhoven van Milieu en Wonen heeft op 25 maart 2020 afspraken gemaakt met verhuurdersorganisaties en brancheverenigingen (Aedes, IVBN, Kences, Vastgoed Belang). Deze afspraken houden het volgende in:

Verhuurders spannen zich in om maatwerkoplossingen te leveren indien een huurder ondanks de genomen Corona-maatregelen de maandelijkse huur niet kan betalen
Verhuurders zullen huurders wijzen op de mogelijkheden tot het verkrijgen van financiële ondersteuning door de overheid, bijvoorbeeld door het plaatsen van links op hun websites
Gedurende de Coronacrisis worden er geen huisuitzettingen gedaan, tenzij er evidente redenen zijn (zoals criminele activiteiten of extreme overlast). Voor procedures die vóór 12 maart al zijn opgestart, zal de verhuurder de individuele situatie beoordelen;
Verhuurders zullen geen incassokosten doorrekenen aan huurders die door de Coronacrisis in problemen zijn gekomen
De minister gaat ervan uit dat verhuurders zich aan deze afspraken zullen houden en doet op hen een moreel appel. Worden de afspraken niet nageleefd of gaan verhuurders die niet bij één van de genoemde verhuurdersorganisaties of brancheverenigingen zijn aangesloten toch over tot huisuitzetting, dan sluit zij het afkondigen van een wettelijke maatregel hieromtrent niet uit.

5. Het tijdelijke huurcontract van mijn woning loopt af tijdens de Coronacrisis. Wat nu?

De minister wil voorkomen dat huurders tijdens de Coronacrisis op straat komen te staan. Anderzijds wil zij ook voorkomen dat met het verblijf van de huurder in de woning na de einddatum van het huurcontract, het contract automatisch overgaat in een contract voor onbepaalde tijd. Daarom is op 25 april 2020 een spoedwet in werking getreden: de Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten. Deze spoedwet maakt het mogelijk om tijdelijke huurcontracten voor een tijdelijke periode tijdens de Coronacrisis te verlengen. De spoedwet is tot 1 september 2020 geldig, tenzij er tot een verlenging besloten wordt.

Met de spoedwet krijgt de verhuurder de mogelijkheid om met instemming van de huurder de tijdelijke huurovereenkomst te verlengen. Ook krijgt de huurder de mogelijkheid om schriftelijk een verlengingsverzoek aan de verhuurder te doen. Het gaat bij dit alles om een eenmalige verlenging van één, twee of drie maanden. Daarbij moet het gaan om tijdelijke huurcontracten die eindigen tussen 1 april 2020 en 30 juni 2020.  Er kan niet tot een datum later dan 1 september 2020 verlengd worden.

De huurder moet zijn verlengingsverzoek doen binnen één week nadat de verhuurder de huurder schriftelijk heeft geïnformeerd over de dag waarop de huurovereenkomst eindigt (of, als die kennisgeving al vóór inwerkingtreding van de wet is gedaan, één week na de inwerkingtreding van de wet). De spoedwet schrijft bovendien voor dat de verhuurder bij deze kennisgeving de huurder moet informeren over de verlengingsmogelijkheden op basis van de spoedwet.

De verhuurder kan de verzochte verlenging weigeren als de huurder zich niet als een goed huurder heeft gedragen. De verzochte verlenging kan ook geweigerd worden indien de verhuurder vóór 1 april 2020 de afspraak heeft gemaakt om vóór het verstrijken van de door de huurder verzochte verlenging:

De woning vrij van huur in eigendom over te dragen
De woning opnieuw te verhuren
De woning te renoveren, zodanig dat dit zonder beëindiging van de huurovereenkomst niet mogelijk is en de verhuurder zich tegenover derden heeft verplicht de woning vrij van huur en gebruik daarvoor beschikbaar te stellen
De woning te slopen en de verhuurder zich tegenover derden heeft verplicht de woning vrij van huur en gebruik daarvoor beschikbaar te stellen
Zelf in het huis te gaan wonen en geen andere woonruimte heeft
De verhuurder moet zijn eventuele weigeringsgrond binnen één week nadat hij het verlengingsverzoek van de huurder ontvangen heeft kenbaar maken. De huurder kan in dat geval naar de rechter stappen met het verzoek de huurovereenkomst te verlengen. Wijst de rechter het verzoek toe, dan kan hij bepalen dat de huurovereenkomst niet met de verzochte, maar met een andere termijn wordt verlengd.

Doet de verhuurder geen beroep op een weigeringsgrond, maar wenst hij de huurovereenkomst te laten eindigen op een eerder tijdstip dan de huurder verzoekt, dan kan ook hij de gang naar de rechter maken. De verhuurder kan de rechter dan verzoeken het tijdstip van beëindiging van de huurovereenkomst vast te stellen. Alleen als de verhuurder een zwaarwichtig belang heeft bij een eerdere beëindiging, zal de rechter het verzoek van de verhuurder kunnen toewijzen.

Op basis van het Coronareglement van De Rechtspraak zullen dergelijke zaken worden aangemerkt als “urgent” en dus met voorrang behandeld worden. Totdat de rechter een oordeel heeft geveld, blijft de huurovereenkomst van kracht.

LET OP: Er gelden strikte voorwaarden en korte termijnen volgens deze spoedwet. Het is dus zaak u goed te laten adviseren om te voorkomen dat u rechten prijsgeeft.

Bouwrecht

1. Mijn opdrachtgever legt de bouw van een project stil. Heb ik recht op doorbetaling?

De overheid heeft nog geen algemene maatregelen opgelegd voor de bouw. Als een bouwproject is gelegen in een quarantainegebied, of plaatsvinden op een locatie waar bijzondere regels gelden (ziekenhuizen of zorginstellingen), is er sprake van overmacht en moeten de werkzaamheden worden stopgezet. In alle andere gevallen zijn de maatregelen ter voorkoming van de verdere verspreiding van het Corona virus geen reden om de bouw geheel stop te zetten. De gevolgen komen dan voor rekening van de opdrachtgever. Voor alle projecten geldt dat het verplaatsen van werkzaamheden naar buiten wordt aanbevolen en voor het overige de algemene voorschriften van de overheid in acht moeten worden genomen.

2. Mag mijn (onder)aannemer stoppen met de uitvoering van een lopend project?

Ook hiervoor geldt dat zo lang de overheid nog geen bijzondere beperkingen heeft opgelegd, er geen reden is om de werkzaamheden te stoppen. Uw onderaannemer is verplicht de werkzaamheden voort te zetten, tenzij het een zzp-er is die zelf besmet is of een kleine ondernemer wiens personeel collectief is besmet.

Arbeidsrecht

1. Moet ik als werkgever speciale Corona-maatregelen treffen?

Ja. Als werkgever moet u zorgen voor een veilige werkplek voor uw medewerkers. Volg daarom de adviezen van het RIVM op en communiceer deze met uw medewerkers.

2. Mijn medewerker is ziek door het Coronavirus. Moet ik zijn loon doorbetalen?

Een zieke medewerker in loondienst heeft gedurende maximaal 104 weken recht op doorbetaling van (minimaal 70% van) zijn loon. Deze regel geldt onverkort wanneer uw medewerker ziek is door het Coronavirus of wanneer hij ziek is door klachten die lijken te wijzen op een Coronabesmetting. Wanneer uw zieke medewerker op zijn vakantieadres in quarantaine zit, geldt deze regel ook. De dagen dat uw medewerker ziek is, gelden dan bovendien niet als vakantie- maar als ziektedagen.

3. Mijn medewerker is niet ziek, maar moet vanwege het Coronavirus thuis blijven (hij is verkouden of zit in quarantaine). Moet ik zijn loon doorbetalen?

Ja. Dit spreekt vanzelf indien de medewerker zijn werk vanuit huis kan oppakken. Maar ook als de medewerker zijn werk niet vanuit huis doen, moet u zijn loon doorbetalen.

4. Kan ik mijn medewerker verplichten om vakantie op te nemen?

Nee. Dit is alleen anders als hierover afspraken zijn gemaakt in de arbeidsovereenkomst of de toepasselijke CAO. Daarin kan bijvoorbeeld geregeld zijn dat u een aantal dagen als verplichte vrije dagen kunt aanwijzen. Of dat u een medewerker, die een flink tegoed aan bovenwettelijke vakantiedagen heeft opgebouwd, kan verplichten een deel van dit tegoed op een voor u geschikt moment op te nemen.

In dit verband is het goed om te weten dat in 2019 opgebouwde, maar nog niet opgenomen, wettelijke vakantiedagen per 1 juli 2020 komen te vervallen. U bent als werkgever verplicht uw medewerkers tijdig voor dit verval te waarschuwen. Tijdig betekent dat de medewerker nog daadwerkelijk in staat moet zijn de vakantiedagen op te nemen. Met deze waarschuwing kunt u er indirect op aansturen dat uw medewerkers de komende periode vakantie opnemen. Bovendien voorkomt u hiermee dat een medewerker de vakantiedagen alsnog op een later moment kan opnemen. Voldoet u niet aan uw waarschuwingsplicht, dan kunt u namelijk geen beroep op het verval van de vakantiedagen doen.

5. Mijn medewerker is niet ziek, maar durft uit angst voor besmetting niet op het werk te komen. Moet ik zijn loon doorbetalen?

De hoofdregel is dat bij niet-werken het loon moet worden doorbetaald, tenzij de oorzaak van het niet-werken in de risicosfeer van de medewerker ligt. Een voorbeeld van dit laatste is werkweigering. Heeft u de nodige Corona-maatregelen voor uw medewerker getroffen en wil deze desondanks niet op het werk verschijnen terwijl u daar wel om vraagt? Dan kan dat mogelijk als werkweigering worden gezien. In dat geval kunt u – na een waarschuwing- het loon stopzetten.

6. Mag ik de werktijden van mijn medewerkers aanpassen?

Ja, uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke maatregelen. Onder normale omstandigheden mag dit niet zomaar en betreft dit een aanpassing van arbeidsomstandigheden die alleen onder strikte voorwaarden mogelijk is. De huidige onzekere periode vraagt echter om flexibiliteit, van werkgevers maar óók van werknemers. Een argument voor aanpassing van werktijden kan bijvoorbeeld zijn het zoveel als mogelijk tegengaan verspreiding van het Corona virus onder werknemers door werknemers verschillende werktijden aan te laten houden. De overheid heeft dit argument ook aangehouden om werkgevers op te roepen om tot en met in ieder geval 28 april 2020 de werktijden van medewerkers zoveel mogelijk te spreiden. Een ander argument hiervoor kan zijn dat aanpassing van werktijden nodig is om aan de gewijzigde vraag van klanten te kunnen voldoen, denk aan de voedselindustrie die op dit moment ‘op volle toeren draait’ om aan de grotere vraag van supermarkten te kunnen voldoen of de supermarkten die geconfronteerd worden met ‘hamsterende’ klanten en extra inzet van personeel nodig hebben om lege schappen te kunnen vullen.

7. Ik heb (tijdelijk) onvoldoende werk voor mijn personeel maar de loonkosten lopen wel door. Kan ik een beroep doen op de overheid voor compensatie van mijn loonkosten?

Ja, onder voorwaarden is dit mogelijk. De overheid heeft een maatregel afgekondigd waarmee een speciaal noodfonds in het leven is geroepen, de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Op basis van deze maatregel kunnen werkgevers, die gedurende drie maanden ten minste een omzetverlies hebben van 20%, voor de loonkosten in die periode een substantiële tegemoetkoming aanvragen. De tegemoetkoming ziet op de periode vanaf 1 maart 2020.

Vanaf 6 april 2020 tot en met 5 juni 2020 kan een NOW-aanvraag worden ingediend via de website van het UWV: https://www.uwv.nl/werkgevers/overige-onderwerpen/now/detail/now-aanvragen. Voor een tegemoetkoming gelden in ieder geval de volgende uitgangspunten:

  • De werkgever doet in de periode dat hij de tegemoetkoming ontvangt geen verzoek tot ontslag van medewerkers vanwege bedrijfseconomische redenen. Heeft de werkgever na 17 maart 2020 een dergelijk verzoek gedaan, dan wordt de uiteindelijke tegemoetkoming in beginsel verlaagd;
  • Gedurende deze periode betaalt de werkgever het reguliere salaris van de medewerkers door;
    de werkgever heeft gedurende 3 maanden ten minste een omzetverlies van 20%. Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, deelt
  • De werkgever de totale omzet uit 2019 door vier (“de Referentieomzet”). Is de onderneming ná 1 januari 2019 gestart, dan geldt een afwijkende berekeningsmethode. De uitkomst moet vervolgens vergeleken worden met de omzet in de periodes maart-april-mei 2020 (“de Omzet”). Is de omzetdaling pas in een latere periode te zien, dan kan de werkgever voor wat betreft dit laatste punt een periode aangeven die start op 1 april 2020 of 1 mei 2020.
    De omzetdaling wordt uitgedrukt in een percentage dat als volgt wordt berekend:
    (Referentieomzet minus Omzet) / Referentieomzet;
  • Is het bedrijf een concern, dan wordt de omzetdaling van het hele concern aangehouden;
  • De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het omzetverlies en bedraagt maximaal 90% van de loonsom, naar rato van de omzetdaling. Het UWV berekent de loonsom door het sociale verzekeringsloon te vermeerderen met een opslag van 30% voor werkgeverslasten (zoals pensioen, vakantiegeld, werkgeverspremies);
  • Het salaris van een medewerker dat boven het bedrag van € 9.538,00 per maand uit komt, wordt niet gecompenseerd;
  • Elke medewerker waarvoor loonaangifte wordt gedaan en die verzekerd is voor WIA, WW of ZW telt mee. Er is geen onderscheid naar contractsvorm; ook het salaris van flexwerkers wordt gecompenseerd. Voor uitzendkrachten kan het betreffende uitzendbureau een NOW-aanvraag indienen; voor payrollmedewerkers kan dit gedaan worden door de payrollwerkgever;
  • Bij de aanvraag geeft de werkgever de te verwachten omzetdaling op. Dit wordt door het UWV als uitgangspunt genomen voor de berekening van de tegemoetkoming. Voor de berekening van de loonsom in dit kader neemt het UWV de gegevens van de loonaangifte van januari (of wanneer die ontbreken: november 2019) die uiterlijk op 15 maart 2020 zijn doorgegeven automatisch over uit de loonaangifte bij de Belastingdienst. Eventueel in die maand betaalde eindejaarsuitkeringen worden uit de loonsom gefilterd;
  • Het UWV verstrekt op basis van een positief beoordeelde aanvraag binnen twee tot vier weken een voorschot aan de werkgever ter hoogte van 80% van tegemoetkoming. Het voorschot wordt in drie termijnen betaald;
  • Vanaf 7 september 2020  vraagt de werkgever (voor sommige werkgevers: met behulp van een accountantsverklaring) bij het UWV vaststelling van de subsidie aan;
  • Vervolgens gaat het UWV binnen 52 weken tot eindafrekening over aan de hand van de daadwerkelijke omzetdaling en de eventuele daadwerkelijke lagere loonsom. Dat kan betekenen dat de uiteindelijke tegemoetkoming op een lager bedrag uitkomt dan voor welk bedrag een voorschot is verstrekt. Mocht later door het UWV (achteraf) worden vastgesteld dat er een te hoog voorschot is uitbetaald, zal het UWV terugbetaling van het deel van het voorschot dat niet had moeten worden uitbetaald, vorderen. Ook kan het UWV de tegemoetkoming (deels) terugvorderen of intrekken als de werkgever zich niet aan bepaalde verplichtingen houdt.

Zie voor veelgestelde vragen over de NOW de website van de Rijksoverheid: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/veelgestelde-vragen-per-onderwerp/financiele-regelingen/now 

Het UWV heeft ook een speciaal NOW-telefoonnummer geopend: 088-898 20 04.

8. De onderneming waarvoor ik NOW wil aanvragen, is onderdeel van een concern. Het hele concern voldoet niet aan de eis van minimaal 20% omzetdaling. Wat nu?

Sinds 5 mei 2020 kunnen individuele werkmaatschappijen, van een concern dat in zijn geheel minder dan 20% omzetverlies heeft, op basis van hun individuele omzetdaling een NOW-tegemoetkoming aanvragen. Aan een dergelijke aanvraag zijn onder andere de volgende extra voorwaarden verbonden:

  • De moedermaatschappij of het groepshoofd moet verklaren dat zij over 2020 geen dividend of bonussen aan de RvB en directie uitkeert of eigen aandelen terugkoopt tot en met de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld;
  • De werkmaatschappij moet een akkoord hebben met de vakbond (bij 20 of meer werknemers) of een andere vertegenwoordiging van werknemers (bij minder dan 20 werknemers) over werkbehoud bij de werkmaatschappij;
  • De werkmaatschappij verricht geen bedrijfsmatige activiteiten die voor meer dan de helft bestaan uit het binnen de groep ter beschikking stellen van arbeidskrachten;
  • De andere rechtspersonen of vennootschappen in de groep voeren geen opdrachten uit die ten kosten kunnen gaan van de aanvragende werkmaatschappij.

9. Ik heb bij het UWV een ontslagaanvraag gedaan voor mijn langdurig zieke medewerker. Heeft dit negatieve gevolgen voor mijn NOW-tegemoetkoming?

Onder de NOW-regeling wordt van een werkgever verwacht dat hij in de periode van 18 maart 2020 tot en met (vooralsnog) 31 mei 2020 geen ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen doet. Doet de werkgever dit wel en trekt hij het verzoek niet binnen vijf dagen in, dan sanctioneert het UWV dit met een boete, die in mindering wordt gebracht op de (uiteindelijke) tegemoetkoming.

Deze boeteregel geldt niet voor een ontslagaanvraag na twee jaar onafgebroken ziekte. Een dergelijke aanvraag wordt niet gesanctioneerd onder de NOW-regeling. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld een ontbinding van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden of een opzegging tijdens een proeftijd. Alleen een officiële ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen via het UWV wordt met een boete gesanctioneerd.

Let wel op het volgende: het voorschot op de NOW-tegemoetkoming wordt bepaald op basis van de loonsom van januari 2020 (of bij gebreke daarvan: november 2019). Bij de uiteindelijke vaststelling houdt het UWV evenwel rekening met de daadwerkelijke loonsom over de periode 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020. Valt deze daadwerkelijke loonsom door het ontslag van uw medewerker lager uit dan de loonsom in januari 2020, dan bestaat het risico dat het UWV concludeert dat er aanvankelijk een te hoog voorschot is betaald en zij het te veel betaalde terugvordert.

10. Binnenkort moet ik vakantiegeld aan mijn medewerkers uitbetalen. Wordt dit ook gecompenseerd door de NOW-tegemoetkoming?

In de NOW-tegemoetkoming zit een opslag van 30% verdisconteerd voor werkgeverslasten, waaronder de opbouw van vakantiegeld. Deze opslag ziet slechts op de opbouw van het vakantiegeld over de maanden maart, april en mei 2020. Het overige deel van het vakantiegeld wordt niet door de NOW-tegemoetkoming gecompenseerd.

11. De huidige NOW-regeling geldt tot en met 31 mei 2020. Na die datum verwacht ik (ook) omzetverlies. Kan ik na 31 mei 2020 nog een beroep op de NOW doen? 

Het kabinet heeft een verlenging van de NOW aangekondigd. Deze houdt in dat een werkgever vanaf (waarschijnlijk) 6 juli tot en met 30 september 2020 een NOW-tegemoetkoming kan aanvragen. De systematiek blijft daarbij ongewijzigd. Wel kent de verlengde NOW-regeling een aantal wijzigingen:

  • De opslag voor werkgeverslasten, waaronder de opbouw van vakantiegeld, wordt verhoogd van 30% naar 40%;
  • De referentiemaand voor het berekenen van de tegemoetkoming wordt maart 2020;
  • Deze maand zal ook als referentiemaand gaan gelden voor de uiteindelijke vaststelling van de NOW-aanvragen onder de eerste versie van de regeling wanneer blijkt dat de loonsom in de maanden maart- mei 2020 hoger is dan drie maal de loonsom van januari 2020 (bijv. bij seizoensbedrijven, die eerder een afwijzing op hun aanvraag hebben ontvangen doordat zij in januari 2020 geen loonsom hadden);
  • Bij de uiteindelijke vaststelling van de tegemoetkoming wordt gekeken naar de daadwerkelijke omzetverlies en loonsom in juni, juli en augustus 2020;
  • Subsidies die ondernemers ontvangen in het kader van de Coronacrisis tellen mee als omzet;
  • Een werkgever die gebruik maakt van de NOW mag over 2020, tot en met de aandeelhoudersvergadering in 2021 waarin de jaarrekening van 2020 wordt vastgesteld, geen winst uitkeren aan aandeelhouders, geen bonussen betalen aan het bestuur en de directie en geen eigen aandelen inkopen;
  • Vraagt een werkgever gedurende het subsidietijdvak ontslag wegens bedrijfseconomische redenen aan voor 20 of meer werknemers wat hij op grond van de Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) moet melden, dan zal hij een boete opgelegd krijgen. Dit in de vorm van een korting van 5% van de uiteindelijke NOW-uitkering. De boete wordt niet opgelegd als de werkgever een akkoord met de vakbonden heeft bereikt over de ontslagaanvraag of, indien er geen akkoord is, door deze partijen om mediation is gevraagd bij de commissie van Stichting van de Arbeid;
  • De werkgever mag een dergelijke ontslagaanvraag niet eerder dan vier weken na de WMCO-melding bij het UWV indienen. Deze en de hierbovengenoemde voorwaarde gelden voor WMCO-meldingen op of na 29 mei 2020;
  • De ontslagboete bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen komt te vervallen. Het gaat dan om ontslagaanvragen die in de periode van 1 juni tot en met 30 september 2020 zijn gedaan bij het UWV;
  • De werkgever verklaart dat hij werknemers zal stimuleren om aan bij- en omscholing te zullen doen. Ter ondersteuning biedt de overheid in de periode juli 2020- eind 2020 het pakket “NL leert door” aan.

12. Door de financiële gevolgen van de Coronacrisis kan ik mogelijk niet op tijd het vakantiegeld aan mijn medewerkers betalen. Wat nu?

Ook tijdens de Coronacrisis dient u in principe het gehele bedrag aan opgebouwd vakantiegeld op het gebruikelijke tijdstip aan uw medewerkers uit te betalen. Volgens de wet dient het vakantiegeld dat is opgebouwd over de periode juni 2019 tot en met mei 2020 uiterlijk op 30 juni 2020 te worden uitbetaald. In de arbeidsovereenkomst met de medewerker of de toepasselijke CAO kan een ander tijdstip zijn bepaald.

Vreest u dat u vanwege de huidige crisis niet op het afgesproken tijdstip het vakantiegeld kan uitbetalen, dan kunt u per medewerker afspreken dat u dit jaar eenmalig het vakantiegeld op een later tijdstip of in termijnen betaalt. Het is verstandig om deze afspraak schriftelijk vast te leggen en door iedere medewerker te laten ondertekenen. De afspraak is namelijk alleen geldig als de medewerker voor het later- of in termijnen uitbetalen van het vakantiegeld zijn toestemming heeft gegeven.

13. Ik heb werktijdverkorting voor mijn medewerkers aangevraagd. Wordt deze aanvraag nog (verder) behandeld, gezien de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud?

De NOW- maatregel vervangt de regeling inzake werktijdverkorting (WTV). Er kunnen dan ook geen nieuwe aanvragen voor werktijdverkorting meer worden ingediend.

Loopt uw aanvraag tot werktijdverkorting nog, dan zal deze op grond van de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud worden afgewikkeld.
Heeft u al een vergunning tot werktijdverkorting gekregen, dan gelden voor de duur van de vergunningsperiode de regels inzake werktijdverkorting.

14. Kan ik tijdelijk de werkzaamheden / werklocatie van mijn medewerkers wijzigen als gevolg van de Coronacrisis?

U kunt als werkgever (tijdelijk) de werklocatie van uw medewerkers wijzigen als u daarbij een ‘zwaarwegend bedrijfsbelang’ heeft. Hiervan zou sprake kunnen zijn als één van uw locaties of afdelingen moet sluiten vanwege de Coronacrisis en u die medewerkers op een andere locatie kunt laten werken. U moet daarbij wel rekening houden met de gerechtvaardigde belangen van uw medewerkers, bijvoorbeeld door medewerkers die verder moeten reizen een (hogere) reiskostenvergoeding aan te bieden. Ook kunt u de werkzaamheden van uw medewerkers voor de duur van de crisis wijzigen. In de huidige omstandigheden mag namelijk van een medewerker verwacht worden dat hij redelijke instructies van zijn werkgever om andere taken te verrichten, opvolgt.

15. Door de Coronacrisis ontstaat er vertraging in het re-integratietraject van mijn zieke medewerker. Heeft dit gevolgen met het oog op de beoordeling hiervan door het UWV?

De Coronacrisis ontslaat werkgevers en medewerkers niet van de inspanningsverplichting om re-integratiemogelijkheden te onderzoeken en een dossier hierover bij te houden. Dit betekent dat ook tijdens de Coronacrisis de re-integratie van zieke medewerkers dient door te lopen.

Vraagt de werknemer na de verplichte loondoorbetalingstermijn van 104 weken een WIA aan, dan toetst het UWV eerst of de re-integratie-inspanningen van de werkgever voldoende zijn geweest. Dit toetst het UWV aan de hand van de Werkwijze Poortwachter. Op 31 maart 2020 heeft het UWV hierbij een Addendum uitgegeven, speciaal gericht op Coronacrisis. Kort gezegd houdt dit addendum in dat het UWV bij haar beoordeling van de re-integratie-inspanningen van de werkgever op de volgende punten rekening houdt met de Coronacrisis:

  • Oordeelt het UWV dat het re-integratieverslag (RIV) niet compleet is en kan de werkgever door Covid-19 niet alsnog binnen 5 dagen de ontbrekende informatie aanleveren, dan weegt het UWV af of de argumenten van de werkgever hiervoor plausibel zijn. Zo ja, dan legt het UWV geen administratieve loondoorbetalingsverplichting aan de werkgever op en worden de re-integratie-inspanningen beoordeeld op basis van de aanwezige informatie.
  • Geeft de werkgever aan dat hij door Covid-19 bepaalde re-integratie-inspanningen niet heeft kunnen verrichten, dan weegt het UWV of dit een deugdelijke reden is voor het nalaten van de inspanningen. Zo nee, dan legt het UWV een loondoorbetalingsverplichting op.
  • Geeft de werkgever echter aan dat de nagelaten inspanningen niet hersteld kunnen worden, bijvoorbeeld doordat zijn bedrijf gesloten is en er geen mogelijkheid tot passende arbeid thuis is, dan wordt geen loondoorbetaling aan de werkgever opgelegd.
  • Heeft het UWV een loondoorbetalingsverplichting opgelegd, maar meent de werkgever dat de herstel-inspanningen stagneren door Covid-19, dan kan de werkgever een bekortingsverzoek Loondoorbetaling aanvragen. Vindt het UWV de argumenten van de werkgever plausibel, dan wordt de loondoorbetalingsverplichting beëindigd en wordt de WIA-beoordeling opgestart.
  • Alvorens het UWV een loondoorbetalingsplicht oplegt aan de werkgever, wordt het voornemen hiertoe getoetst door de Landelijke Loonsanctie Commissie (LLC). De LLC toetst onder andere of de loondoorbetalingsverplichting, in het licht van de huidige Coronacrisis, redelijk is. Maandelijks zal er een rapport verschijnen waaruit blijkt in welke gevallen, ondanks de Coronacrisis, toch een loondoorbetalingsplicht is opgelegd.

16. Mag ik een nieuwe medewerker ontslaan in de proeftijd vanwege Corona?

Ja, tijdens de proeftijd mag u medewerkers ontslaan als  door de maatregelen tegen Corona het werkaanbod voor deze nieuwe medewerker wegvalt.

Incasso / procedures

1. Wat is het gevolg van de Coronacrisis voor nieuwe of lopende (incasso) procedures?

Deurwaarders zijn aan het werk en dagvaardingen worden uitgebracht. In principe moet de deurwaarder de dagvaarding in persoon betekenen. Er is evenwel een spoedwet in de maak die het mogelijk maakt dat de deurwaarder de dagvaarding rechtsgeldig in de brievenbus van de gedaagde kan achterlaten, wanneer hij van mening is dat in persoon betekenen niet verantwoord is in het kader van de RIVM-richtlijnen.

Voor wat betreft ontruimingen en beslagleggingen is deurwaarders geadviseerd deze zoveel mogelijk op te schorten, onder andere omdat in deze situaties moeilijk anderhalve meter afstand tot andere mensen kan worden bewaard.

De Centrale balies van de rechtbanken en hoven zijn vanaf 1 juni 2020 weer deels open. Het blijft echter wel de bedoeling bezoeken aan de gerechtsgebouwen zoveel mogelijk te beperken. Stukken dienen dan ook bij voorkeur per post of telefonisch te worden ingediend of opgevraagd.

Nieuwe procedures kunnen gewoon worden opgestart. Dagvaardingen en verzoekschriften kunnen op de normale wijze worden aangebracht. Schriftelijke proceshandelingen, zoals een conclusie van antwoord of een verweerschrift, vinden gewoon doorgang. Vanaf 9 april 2020 kunnen de stukken- naast de gebruikelijke wijze van indienen (post, fax)- ook via de ‘Veilig mailen voorziening van de Rechtspraak’ worden ingediend. Hiervoor is per rechtbank, per zaaksoort een e-mailadres opengesteld. Van stukken die voorzien moeten zijn van een handtekening moet ook een papieren exemplaar via de post bij de rechtbank worden ingediend.

In de meeste procedures geldt een speciaal Corona-procesreglement. Zo hebben de gerechtshoven besloten om in civiele dagvaardingszaken tijdelijk de termijnen voor alle proceshandelingen te verruimen. Verder geldt voor kantonzaken aangebracht vanaf 17 maart 2020 dat als er op de roldatum geen stukken zijn binnengekomen, de zaak wordt aangehouden. De gedaagde zal dan door de rechtbank benaderd worden met de vraag of deze mondeling wil reageren. Reageert de gedaagde niet binnen de gestelde termijn, dan wijst de rechtbank een verstekvonnis. In niet-kantonzaken waarin de gedaagde verzuimt advocaat te stellen kan de rechtbank gewoon verstek verlenen.

2. Gaan zittingen ook door?

Mondelinge behandelingen vinden voorlopig niet in fysieke vorm plaats. Gaat de zitting niet door, dan wordt de zaak aangehouden. De rechter kan partijen in plaats daarvan vragen of zij akkoord kunnen gaan met een schriftelijke voortzetting van de procedure. Gaan partijen daarmee akkoord, dan wordt de procedure dus (voorlopig) verder schriftelijk gevoerd.

Is de rechter van mening dat de mondelinge behandeling niet kan worden uitgesteld én kunnen partijen geen overstemming bereiken over het schriftelijk afdoen van de procedure, dan kan de rechter beslissen dat de zitting doorgaat. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende soorten zaken:

  • Kort gedingen (zie hieronder onder vraag 4)
  • Verzoeken tot ontslag statutair bestuurder
  • Huurzaken, met dien verstande dat tot 1 juni 2020 in woonruimtezaken geen ontruiming wordt uitgesproken (verstek- en uitgeprocedeerde zaken inbegrepen), met uitzondering van super spoedeisende zaken (zoals bij criminele activiteiten of ernstige overlast)
  • Bezwaar/ beroepschriften in het kader van faillissementsbeslissingen
  • Handelsverzoeken bij de voorzieningenrechter ( zoals inroepen huurbeding, verlof verkoop aandelen)
  • Wwz- zaken (Wet werk en zekerheid), waar het gaat om ontbinding, schorsing vernietiging opzegging, loondoorbetaling en/of concurrentiebeding
  • Verzoek verlenging huurovereenkomst op grond van de Tijdelijke wet verlenging huurovereenkomst, mits de verhuurder – naar het oordeel van de rechter- zijn urgentie voldoende heeft onderbouwd.
  • Deelgeschillen
  • Beslagzaken

Deze lijst is niet limitatief en zal – afhankelijk van de beschikbare capaciteit bij de betreffende rechtbank – naar het oordeel van de rechter ook nog andere zaken kunnen bevatten. Op 23 april 2020 berichtte de Rechtspraak dat ernaar wordt gestreefd om zo veel mogelijk zaken door te laten gaan.

Voor de zittingen in al deze zaken geldt dat deze zo veel mogelijk via telefoon of beeldbellen zullen plaatsvinden en zo min mogelijk fysiek. Op zijn website legt de Rechtspraak wordt uitgelegd hoe zo’n zitting in zijn werk gaat: https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Raad-voor-de-rechtspraak/Nieuws/Paginas/Uitnodiging-ontvangen-voor-een-online-zitting-Zo-werkt-dat.aspx?pk_campaign=redactie&pk_medium=e-mail&pk_source=nieuwsbrief&pk_keyword=nieuwsbrief 

Voor bepaalde zeer urgente zaken vinden vanaf 11 mei 2020 weer fysieke zittingen plaats. Het gaat dan om zaken waarin de fysieke aanwezigheid van procespartijen onmisbaar wordt geacht. Daarbij krijgen strafzaken, jeugdzaken en familiezaken prioriteit. De gerechtsgebouwen zijn ‘coronabestendig’ gemaakt om veilig deze partijen te kunnen ontvangen.

3. Worden er uitspraken gedaan?

Uitspraken worden gewoon gedaan, maar zonder publiek en procespartijen mogen slechts een beperkte afvaardiging meenemen. De Rechtspraak onderzoekt de mogelijkheid om uitspraken te livestreamen en zal zo veel mogelijk uitspraken publiceren op rechtspraak.nl.

4. Gaan kort geding zaken, zoals ontruimingszaken, gewoon door?

In kort geding zaken geldt dat zij uiterst spoedeisend moeten zijn om nu behandeld te worden. Volgens het tijdelijke procesreglement voor kort gedingen is het aan de rechter om te bepalen of een zaak urgent is. Zo ja, dan zal hij een mondelinge behandeling, al dan niet via beeldbellen, bepalen. In plaats daarvan kunnen partijen instemmen met een schriftelijke procedure via e-mail.

Op 25 maart 2020 heeft Minister van Veldhoven aangegeven dat zaken over huisuitzettingen niet als urgent worden aangemerkt, tenzij de kort geding rechter oordeelt dat de zitting moet doorgaan vanwege superspoed. Daarvan zal niet snel sprake zijn. In kort gedingen over huisuitzettingen zullen volgens de Minister dus voorlopig geen mondelinge behandeling plaatsvinden. Dit is in lijn met haar afspraak met verhuurdersorganisaties om tijdens de Coronacrisis geen huisuitzettingen te laten plaatsvinden.

Voor niet-urgente zaken wordt in principe een pro-forma datum voor de mondelinge behandeling bepaald. Het tijdelijk procesreglement laat evenwel ruimte voor de rechter om bovengenoemde werkwijze ook voor niet-urgente zaken te volgen.

5. En hoe zit het met faillissementsaangiften of – verzoeken?

De wekelijkse faillissementszittingen zullen zo veel mogelijk schriftelijk doorgaan of via telefonische (beeld)verbinding. Bij de beoordeling van faillissementsverzoeken gedaan door schuldeisers zal de rechter rekening houden met de Coronapandemie en de daarmee samenhangende (economische) situatie.

De behandeling van surseances van betaling, spoedverzoeken en verzet verlopen zo veel mogelijk schriftelijk.

Ondernemingsrecht

1. Wat zijn de gevolgen van de Coronacrisis voor aandeelhouders?

Veel (moderne) statuten van vennootschappen staan toe dat onder voorwaarden op afstand wordt vergaderd en over besluiten digitaal wordt gestemd. Op 24 april 2020 is een spoedwet in werking getreden om dit ook mogelijk te maken voor vennootschappen waarbij dit niet in de statuten is geregeld: de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid. De spoedwet geldt in principe tot 1 september 2020.

Onder de spoedwet krijgen besturen van nv’s en bv’s de mogelijkheid om de algemene vergadering langs elektronische weg te laten plaatsvinden en aandeelhouders digitaal hun stem te laten uitbrengen. Voor een dergelijke algemene vergadering gelden wel speciale voorwaarden. Zo moeten aandeelhouders tot uiterlijk 72 uur voor de vergadering  de mogelijkheid hebben om vragen te stellen over de onderwerpen die bij de oproeping zijn vermeld. Die vragen moeten tijdens de algemene vergadering worden behandeld en de antwoorden daarop moeten op de website van de vennootschap worden geplaatst of elektronisch toegankelijk gemaakt worden voor de aandeelhouders.

Verder krijgen besturen de mogelijkheid om zelfstandig de termijn, waarbinnen de jaarrekening en het bestuursverslag ter inzage moeten worden gelegd, te verlengen. Maakt het bestuur van deze mogelijkheid gebruik, dan heeft de algemene vergadering, die normaal gesproken over een eventuele verlenging moet beslissen, deze verlengingsbevoegdheid niet.

Neem contact met ons op om te laten beoordelen wat de mogelijkheden in uw geval zijn. Ook tijdens de Corona maatregelen is het van groot belang om geldige besluiten te nemen.

2. Ik ben bestuurder van een rechtspersoon en deze kan haar contractsverplichtingen niet nakomen. Kan ik daarvoor aansprakelijk worden gehouden door de andere contractspartij?

Onder bijzondere omstandigheden kan de bestuurder, naast de rechtspersoon, aansprakelijk worden gehouden door de andere contractspartij. De bestuurder moet dan zo onzorgvuldig gehandeld hebben, dat hem een “ernstig verwijt” kan worden gemaakt. Hiervan kan sprake zijn als de bestuurder namens de rechtspersoon contractsverplichtingen is aangegaan terwijl hij behoorde te begrijpen dat de rechtspersoon deze niet zou kunnen nakomen en de rechtspersoon geen verhaal zou bieden voor de schade. Ook kan daarvan sprake zijn in het geval de bestuurder, in het zicht van een faillissement, bepaalde crediteuren bewust wél en andere bewust niet betaalt. Voor bestuurders van ondernemingen die door de Coronacrisis in zwaar weer komen, is dit aansprakelijkheidsrisico dus een belangrijk aandachtspunt.

ZZP en MKB

1. Ik ben als ondernemer geraakt door de Coronacrisis. Op welke financiële noodmaatregelen kan ik mogelijk aanspraak maken?

De overheid heeft het noodpakket aan tijdelijke financiële regelingen verlengd. Op onderstaande pagina heeft de overheid door middel van een infographic een overzicht van deze regelingen gegeven:

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2020/05/28/uitbreiding-op-ondernemersregelingen-noodpakket-banen-en-economie

De NOW hebben wij onder het kopje “Arbeidsrecht” uitgewerkt. Hieronder zullen wij de Tozo en TOGS nader toelichten.

2. Ik ben zelfstandig ondernemer en door de Coronacrisis vallen mijn inkomsten weg. Heb ik recht op ondersteuning?

Voor zelfstandig ondernemers (waaronder ZZP‘ers) die door de Coronacrisis tijdelijk in de financiële problemen raken, heeft de overheid een regeling voor inkomensondersteuning afgekondigd: de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo). Met deze regeling kunnen zelfstandigen bij hun woongemeente een aanvraag doen voor aanvullende inkomensondersteuning voor levensonderhoud (maximaal 3 maanden, tot aan het sociaal minimum) . Deze financiële steun hoeft niet te worden terugbetaald en zal beschikbaar zijn met terugwerkende kracht tot 1 maart 2020. De oorspronkelijke regeling blijft tot 1 juni 2020 bestaan. Zelfstandig ondernemers die door de Coronacrisis in liquiditeitsproblemen komen, kunnen een lening voor bedrijfskapitaal (maximaal € 10.517,00, met een rente van 2% per jaar) aanvragen. De maximale looptijd daarvan is drie jaar en tot januari 2021 hoeft er niet te worden afgelost.

Een zelfstandige moet in ieder geval aan de volgende vereisten moet voldoen, wil hij in aanmerking kunnen komen voor de financiële ondersteuning:

  • De zelfstandige heeft als gevolg van de Coronacrisis een inkomen onder het sociaal minimum en/of een liquiditeitsprobleem waarvoor hij een bedrijfskrediet nodig heeft
  • Hij is tussen de 18 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd en is Nederlander of daarmee gelijkgesteld
  • Het bedrijf van de zelfstandige is economisch nog actief
  • De zelfstandige staat vóór 17 maart 2020, 18:45 uur ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, bezit de noodzakelijke vergunningen en voldoet aan de overige wettelijke vereisten voor de uitoefening van het eigen bedrijf
  • Hij voldoet over 2019 aan het urencriterium van minimaal 1.225 uur in het afgelopen jaar werkzaam zijn in het eigen bedrijf of zelfstandig beroep. Is de onderneming na 1 januari 2019 gestart, dan moet hij in ieder geval in de periode tussen inschrijving in KvK en de aanvraag minimaal gemiddeld 23,5 uur per week aan / in zijn bedrijf hebben gewerkt
  • De uitsluitingsgronden van de Participatiewet mogen niet op de zelfstandige van toepassing zijn

Een DGA van een B.V. kan een beroep doen op de Tozo als hij voldoet aan de volgende (aanvullende) vereisten:

  • De DGA bezit, alleen of samen met andere in de B.V. werkzame directeuren, meer dan 50% van de aandelen;
  • Hij werkt gemiddeld minimaal 23,5 uur per week in de onderneming.
  • De uitsluitingsgronden van de Participatiewet zijn niet op hem van toepassing.

Eind april 2020 heeft het kabinet aangekondigd dat de Tozo op bepaalde punten zal worden uitgebreid voor zelfstandig ondernemers die grenswerkers en/of AOW-gerechtigd zijn.

Op de website van uw woongemeente kunt u vinden of en hoe u een aanvraag kunt indienen. Een eerste check of u in aanmerking komt voor een uitkering op grond van de Tozo kunt u doen op de website van de Rijksoverheid: https://krijgiktozo.nl/

3. Kan ik als zelfstandig ondernemer na 1 juni ook een beroep doen op de Tozo?

De oorspronkelijke Tozo-regeling loopt tot en met 31 mei 2020. Het kabinet heeft aangekondigd dat de regeling eenmalig voor 4 maanden wordt verlengd, tot 1 oktober 2020. Een aanvraag kan vanaf 1 juni 2020, of in ieder geval met terugwerkende kracht tot 1 juni 2020, worden ingediend bij uw woongemeente. Wel zal de verlengde regeling, in tegenstelling tot de oorspronkelijke regeling, een partnertoets bevatten. Dat betekent dat bij de beoordeling van de aanvraag van de uitkering het inkomen van uw partner ook meegenomen zal worden. Hierdoor krijgen alleen nog huishoudens die, beide inkomens in aanmerking genomen, onder het sociaal minimuminkomen komen aanspraak op een Tozo-tegemoetkoming.

De mogelijkheid om een lening voor bedrijfskapitaal aan te vragen, blijft bestaan. Heeft de ondernemer onder de oorspronkelijke regeling een lening aangevraagd voor een bedrag onder het maximumbedrag van € 10.157,00, dan kan onder de verlengde regeling een tweede lening worden aangevraagd tot het maximumbedrag is bereikt. Bij de aanvraag moet een ondernemer dan wel verklaren dat er geen sprake is van een situatie van surseance van betaling of faillissement.

4. Mijn bedrijf is hard geraakt door alle Corona-maatregelen. Kan ik compensatie krijgen?

De overheid heeft een compensatieregeling geopend voor bedrijven die direct hard geraakt zijn door de gezondheidsmaatregelen die zijn genomen, de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren Covid-19 (TOGS). Het gaat daarbij om bedrijven gevestigd in Nederland waarvan de hoofdactiviteit, of sinds 29 april 2020: één van de nevenactiviteiten,  ligt in één van de in aanmerking komende sectoren. De in aanmerking komende sectoren zijn hier te vinden: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/tegemoetkoming-schade-covid-19/vastgestelde-sbi-codes

De belangrijkste vereisten zijn:

  • De onderneming heeft een fysieke vestiging in Nederland en is geregistreerd in het KvK Handelsregister;
  • De hoofd- of nevenactiviteit moet blijken uit de inschrijving in het handelsregister. De peildatum hierbij is 15 maart 2020;
  • De onderneming mag geen fysieke vestiging hebben op een woonadres. Hiervan zijn sommige sectoren uitgezonderd (zoals bepaalde horecaondernemingen, markthandel, taxi-vervoer, auto- en motorrijscholen en kermisattracties);
  • De onderneming verwacht dat in de periode van 16 maart 2020 tot en met 15 juni minimaal € 4.000,00 omzetverlies zal worden geleden en heeft in die periode minimaal dat bedrag aan vaste lasten;
  • Er zijn maximaal 250 medewerkers in dienst bij de onderneming;
  • De onderneming is geen overheidsbedrijf;
  • De onderneming is niet failliet. Er mag ook geen verzoek tot surseance van betaling zijn ingediend;
  • De onderneming mag over het huidige en de afgelopen twee belastingjaren niet meer dan € 200.000,00 aan overheidssteun hebben ontvangen (de-minimisverordening) en het gehele bedrag van € 200.000,00 nog niet hebben uitgeput.

Voor bepaalde sectoren, zoals horeca-ondernemingen, toeleveranciers, zorgondernemingen en agrarische recreatie-ondernemingen, gelden aanvullende voorwaarden. Deze zijn te vinden op de website van de RVO.

De in aanmerking komende bedrijven ontvangen een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000,00, in eerste instantie bedoeld om hun vaste laste te kunnen voldoen.

Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf vrijdag 27 maart 2020 tot en met vrijdag 26 juni 2020 via https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/tegemoetkoming-schade-covid-19

5. Ik ben MKB’er en kan door de Coronacrisis mijn vaste lasten niet betalen. Kan ik voor een tegemoetkoming in aanmerking komen?

Met de verlenging van het noodpakket heeft het kabinet een nieuwe regeling in het leven geroepen: de Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB. Onder deze regeling kunnen ondernemers uit de sectoren die voor de TOGS in aanmerking kwamen een belastingvrije tegemoetkoming van de overheid krijgen om hun vaste materiële kosten te kunnen betalen. De hoogte van de tegemoetkoming zal afhankelijk zijn van de grootte van het bedrijf, de hoogte van de vaste kosten en de mate van omzetderving (minimaal 30%). De tegemoetkoming zal maximaal € 50.000,00 voor 4 maanden kunnen bedragen.

Let op: deze regeling geldt op dit moment nog niet. Het is niet duidelijk wanneer de regeling in werking zal treden en hoe deze er precies uit zal zien. Zodra daarover meer bekend is, brengen wij u daarvan uiteraard op de hoogte via deze vragenlijst.

6. Ik ben MKB’er en kom door de Coronacrisis in liquiditeitsproblemen. Wat nu?

Op 28 april 2020 zijn de regels voor de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) verder versoepeld. MKB‘ers en ZZP’ers kunnen hiermee makkelijker geld lenen bij de bank, doordat de Nederlandse overheid voor 90% (MKB) of 80% (grootbedrijven) van het borgstellingskrediet (75% van het krediet dat de bank verstrekt) borg staat voor het krediet. Ook heeft de overheid de looptijd van het krediet verlengd, de toegang laagdrempeliger gemaakt, de premie verlaagd en het totale garantiebudget verhoogd.

Voor kleine ondernemers (micro-, midden- en kleinbedrijf) met een omzet vanaf € 50.000.00 , die voldoende winstgevend waren vóór de coronacrisis en vóór 1 januari 2019 zijn ingeschreven bij de KvK kunnen vanaf 29 mei 2020 een overbruggingskrediet van € 10.000,00 tot € 50.000,00 aanvragen: Klein Krediet Corona. De Nederlandse overheid staat voor 95% garant voor de lening.  De looptijd van het krediet is maximaal 5 jaar, tegen een maximale rente van 4% en een eenmalige premie van 2%.

Verder kunnen MKB’ers en grote ondernemingen gebruik maken van de Garantie Ondernemersfinanciering (GO), een regeling voor ondernemingen die problemen hebben met het krijgen van een lening bij de bank. Het kabinet heeft het garantieplafond en -percentage onder deze regeling verhoogd.

De aanvragen met betrekking tot deze regelingen verlopen via uw geaccrediteerde financier, wat veelal uw bank is. Voor meer informatie over de BMKB kunt u contact opnemen met de Kamer van Koophandel op 0800 – 2117. Voor vragen over de GO heeft het RvO een loket geopend met het telefoonnummer 088-0422500.

Startende en kleine onderneming die geraakt zijn door de Coronacrisis en een krediet hebben via Qredits kunnen uitstel tot aflossing aanvragen en daardoor rentekorting gedurende 6 maanden krijgen. Deze maatregel loopt tot eind mei 2020. Voor vragen hierover kan contact opgenomen worden met Qredits op telefoonnummer 0546-534080.

7. Ik ben een startup-ondernemer en heb geen bankrelatie. Waar kan ik terecht voor ondersteuning?

Vanaf 29 april 2020 kunnen startups, scale-ups en andere innovatieve ondernemingen om een Corona- Overbruggingslening aanvragen bij de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). De leningen kunnen een hoogte hebben van € 50.000,00 tot € 2.000.000,00, met een rente van 3%. Bedragen boven de € 250.000,00 behoeven 25% cofinanciering van de aandeelhouders of andere investeerders. Kijk voor meer informatie op https://www.rom-nederland.nl/corona-overbruggingslening/

(Internationale) Contracten

1. Mijn (buitenlandse) leverancier kan door de Coronacrisis niet leveren. Wat nu?

Dat zal in de eerste plaats afhangen van de inhoud van de overeenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden. Daarin is vaak een clausule opgenomen voor situaties van overmacht, ook wel ‘force majeure’ genoemd. De clausule bepaalt wat de rechten en plichten van de leverancier zijn in het geval hij niet kan leveren vanwege een overmachtssituatie. Zo kan bepaald zijn dat de leverancier bij overmacht zijn prestatie enkele maanden mag opschorten en de schade voor de ander zoveel mogelijk moet beperken. Of de Coronacrisis als overmachtssituatie kan worden aangemerkt, zal afhangen van de formulering van de overmachtsclausule.

Is er geen overmachtsclausule overeengekomen, dan moet de vraag of de leverancier aansprakelijk is voor niet nakomen van zijn leveringsverplichting beantwoord worden aan de hand van het recht dat op de overeenkomst van toepassing is. De meeste buitenlandse rechtssystemen kennen, net als het Nederlandse, een overmachtsregeling. Vaak komt deze  regeling erop neer dat een leverancier zich op overmacht kan beroepen wanneer nakoming van zijn verplichting onmogelijk of onredelijk bezwarend is. Van geval tot geval zal dan bekeken moeten worden of de Coronacrisis als overmachtssituatie bestempeld kan worden. Dit zal wat (mede) afhankelijk zijn van de maatregelen die zijn afgekondigd in het land waarvan het recht van toepassing is verklaard.

In sommige internationale contracten is de overmachtclausule zoals opgesteld door de International Chamber of Commerce (The ICC Force Majeure Clause) van toepassing verklaard. Voor dergelijke contracten is van belang dat de ICC in maart 2020 de bepaling heeft aangepast aan de huidige Coronacrisis. Zo worden “trade restrictions” in de versie van maart 2020 als een geval van overmacht aangemerkt. De complete tekst van aangepaste versie vindt u  hier: https://iccwbo.org/content/uploads/sites/3/2020/03/icc-forcemajeure-hardship-clauses-march2020.pdf

Bij toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag (CISG) geldt dat op grond van artikel 79 CISG een partij niet aansprakelijk is, “if he proves that the failure was due to an impediment beyond his control and that he could not resonably be expected to have taken the impediment into account at the time of the conclusion of the contract or to have avoided or overcome it or its consequences”. Hieruit blijkt dat het tijdstip van het sluiten van de overeenkomst van belang is. Is immers de overeenkomst vóór de uitbraak van het Coronavirus en in het bijzonder vóórdat de maatregels van de overheid zijn genomen tot stand gekomen, dan was de uitbraak niet te voorzien voor de partijen. De situatie is anders indien de overeenkomst na de uitbraak en in het bijzonder na het nemen van de maatregels van de overheid. In dit geval zal een beroep op artikel 79 CISG niet meer mogelijk zijn.

2. Wat zijn mijn opties als mijn leverancier een geslaagd beroep op overmacht kan doen?

Doet de leverancier een geslaagd beroep op overmacht, dan zal hij in beginsel niet tot nakoming van zijn leveringsverplichting of schadevergoeding kunnen worden aangesproken. U kunt dan mogelijk andere maatregelen nemen. Bijvoorbeeld door (na een ingebrekestelling) de overeenkomst op te zeggen, te ontbinden of uw eigen tegenprestatie tijdelijk op te schorten. De overeenkomst, de algemene voorwaarden of het toepasselijke rechtssysteem kunnen hierover regelingen bevatten. Onder Nederlands recht geldt als eis dat een ontbinding of opschorting gerechtvaardigd moet zijn, gezien alle omstandigheden van het geval (zoals de belangen van de contractspartijen en de aard van de overeenkomst).

3. En hoe zit het als ik mijn leverancier niet op tijd kan betalen? Kan ik mij op overmacht beroepen?

Bij een gebrek aan financiële middelen kunt u in beginsel geen geslaagd beroep op overmacht doen. Een dergelijke betalingsonmacht blijft- enkele uitzonderingen daargelaten- voor uw rekening en risico. Daarnaast zult u mogelijk rente, een boete en buitengerechtelijke kosten aan uw leverancier moeten betalen. De overeenkomst met uw leverancier, de algemene voorwaarden of het toepasselijke rechtssysteem kunnen nadere regelingen hierover bevatten.

4. Zijn er ook alternatieve oplossingen denkbaar?

Bovengenoemde scenario’s zijn ingrijpend en mogelijk niet wenselijk in deze tijd. Een alternatief zou kunnen zijn om bij problemen zo spoedig mogelijk met de leverancier in overleg te treden over een oplossing van het probleem, zoals het tijdelijk uitstellen van de contractsverplichtingen. Het is dan verstandig om deze afspraken schriftelijk vast te leggen. Neem gerust contact met ons op over hoe wij u hierin kunnen bijstaan.