Uitspraak in Kort Geding, Utrecht: franchisenemer voorkomt ontbinding overeenkomst

In hoeverre heeft COVID-19 invloed op bijvoorbeeld de contractuele winkeltijden van franchisenemers?

De franchisenemer van pizzeriaketen Papa John’s had naar verluidt diverse contante betalingen uit het POS-kassasysteem gelaten. De franchisegever wilde daarop de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst ontbinden.

De franchisenemer heeft in reactie daarop een kort geding gestart met als doel het tegenhouden van de beëindiging.

De Voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 9 september 2020 geoordeeld dat aannemelijk was dat de franchisenemer betalingen buiten het POS-kassasysteem had gelaten. Redengevend waren de bevindingen van een ‘mystery-shopper’ die geen bonnetje meekreeg en de verklaring van de franchisenemer zelf tijdens de zitting.

De Voorzieningenrechter stelde evenwel de franchisenemer in het gelijk op basis van het oordeel dat de gedragingen van de franchisenemer moeten worden bezien tegen de bredere achtergrond van het geschil in combinatie met een belangenafweging. De Voorzieningenrechter oordeelt dat een bodemprocedure dient te worden afgewacht waarin dient te worden geoordeeld of de ontbinding rechtsgeldig is. Vooralsnog kan de buitengerechtelijk ingeroepen ontbinding dus niet worden geeffectueerd, en duurt de franchiserelatie voort.

De franchiseorganisatie heeft blijkens het vonnis nu de keuze om een bodemprocedure ten overstaande van de Rechtbank af te wachten, het einde van de duur van de overeenkomsten af te wachten of er dient anderszins een rechtsgeldige beëindiging te worden bewerkstelligd (te denken valt bijvoorbeeld aan een vaststellingsovereenkomst). Wel heeft de Voorzieningenrechter aan dit oordeel de voorwaarde gesteld dat de franchisenemer alle contante betalingen in het vervolg in het POS-systeem invoert.

De vraag die blijft hangen is wat er zou gebeuren als de franchisenemer opnieuw haar boekje te buiten gaat, en bijvoorbeeld eenmalig een contante betaling van EUR 12,50 niet registreert. Zou de Voorzieningenrechter enkel op basis daarvan de gevolgen van effectuering van de ontbinding alsnog kunnen accepteren? Dit zal afhangen van de omstandigheden.

Openingstijden detailhandel niet langer in steen gebeiteld vanwege COVID-19

Voor de franchisepraktijk is relevant dat de Voorzieningenrechter in hetzelfde vonnis antwoord gaf op de vraag of de franchisegever de franchisenemer ondanks de COVID-19 problematiek en andere aangevoerde tegenargumenten, onverkort aan de verplichte winkeltijden uit het franchisecontract kon houden. Dat is naar het (voorlopige) oordeel van de Voorzieningenrechter in dit geval niet zo. Hoewel in het handboek als richtlijn staat dat de pizzeria open is tussen 11.30 – 22.00 uur kan de huidige verhouding tussen kosten en de omzet mogelijk leiden tot latere opening, bijvoorbeeld om 16:00 uur.

Redelijkheid & billijkheid

De Voorzieningenrechter geeft tegelijkertijd mee dat hij een redelijke houding van beide partijen verwacht en dat partijen samen moeten kunnen komen tot afspraken die recht doen aan zowel de huidige COVID-19 situatie als aan de door de franchisegever gedane suggestie over omzetmogelijkheden tijdens lunchtijd.

De volledige uitspraak van de Kort Geding-rechter vindt u hier.

Vragen?

Neem contact op met Mieke Verhoeff via mverhoeff@nexavelo.nl of Luc Coehorst, via lcoehorst@nexavelo.nl