• 30 sep

    Boetes ROZ-model bij huurachterstand

Vaak wordt bij de verhuur van commercieel vastgoed gebruik gemaakt van één van de modellen van de ROZ. In deze modellen zijn ook boetebedingen opgenomen. De uitleg van deze bedingen lijdt regelmatig tot discussie, en ook de rechtspraak is daarover niet altijd even duidelijk.

In een recent arrest heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden zich hierover uitgelaten. In deze zaak was sprake van een huurachterstand, die ontstaan was doordat de huurder op een gegeven moment vijf maanden de huur niet betaald had. Dit leidde tot een huurachterstand van € 6.413,20. Nu op deze huurovereenkomst de algemene bepalingen van het ROZ model voor kantoorruimte (7:230a BW) van toepassing waren, gold tevens het boetebeding opgenomen in artikel 18.2 van deze bepalingen:

“Telkens indien een uit hoofde van de huurovereenkomst door huurder verschuldigd bedrag niet prompt op de vervaldag is voldaan, verbeurt huurder aan verhuurder van rechtswege per kalendermaand vanaf de vervaldag van dat bedrag een direct opeisbare boete van 2% van het verschuldigde per kalendermaand, waarbij elke ingetreden maand als een volle maand geldt, met een minimum van € 300,– per maand.”

Toepassing van dit artikel leidt ertoe dat voor iedere maand dat voor die maand geen huur wordt betaald, een boete van € 300,– is verschuldigd. Dit heeft zoals in dit geval tot gevolg dat indien de huur van januari tot en met mei niet betaald wordt, in die periode in totaal 19 keer de boete verschuldigd is. De boete loopt dus erg snel op. In de zaak waarover het Hof zich moest buigen was in eerste aanleg door de kantonrechter bepaald dat naast de huurachterstand van € 6.413,20 een boete van € 15.000,– verschuldigd was, ruim het dubbele van de huurachterstand.

Het Hof achtte deze uitleg van de boetebepaling tot onaanvaardbare gevolgen leiden, en besluit tot matiging daarvan. Als reden hiervoor noemt het hof onder andere de wanverhouding tussen de wettelijke schadevergoeding (handelsrente) en het boetebeding. Uiteindelijk besluit het Hof de boete te matigen tot een bedrag van € 4.500,–. Verder wordt een boete (rente) van 2% van de hoofdsom per maand opgelegd, totdat het volledige bedrag betaald is door de huurder.

Een interessante uitspraak van het Hof, die een geheel eigen toepassing geeft aan het contractueel overeengekomen boetebeding. Wel blijkt eens te meer dat deze boetes flink kunnen oplopen, zodat het voor verhuurders die te maken hebben met wanbetalende huurders van belang blijft deze boetes op een juiste wijze in te roepen.

Indien u vragen heeft over de verhuur van bedrijfsruimtes in het algemeen, en contractuele boetes in het bijzonder, kunt u hierover contact met ons opnemen.

Nexa Velo Advocaten

VERTEL VERDER

ONTVANG DE NIEUWSBRIEF

Als het gaat om juridische advisering bij ICT zaken heb ik NexaVelo leren kennen als een advocatenkantoor met korte lijnen en to the point advies tegen een scherpe prijsstelling. ...

Ad Linssen, CFO XS2TheWorld B.V. Meer testimonials